Polders

Werkstukken en spreekbeurten

Je hebt vast wel eens een molen in een polder gezien. Weet jij waarom die molens vroeger belangrijk waren?

Laag land

Polders zijn typisch Nederlands. Ongeveer 95% van alle Europese polders vind je in Nederland. Polders zijn stukken land die laag liggen. Er staan dijken omheen. Die dijken zorgen ervoor dat het land niet onder water komt te staan. Door het land lopen slootjes. Die slootjes zorgen ervoor dat water, zoals regenwater, wordt meegevoerd. Mensen kunnen zelf de hoogte van het water in de sloten regelen.

Molens

Polders werden vroeger drooggehouden met molens. Die molens pompten het water weg. Daardoor kwam het water in de grond nooit te hoog te staan. Zo zorgden ze er dus voor dat stukken land niet onder water kwamen te staan. Nu regelen computers en elektrische pompen dit vaak in plaats van molens. Molens die water wegpompen, worden poldermolens of watermolens genoemd. Er bestaan ook andere soorten molens, zoals korenmolens of zaagmolens.

De Beemster

Rond 1610 werd er in Nederland een groot meer drooggelegd. Dat was de Beemster. Daarna volgden nog veel andere meren, zoals het Haarlemmermeer. Maar waarom legden mensen meren droog? Dat is toch heel ingewikkeld en heel veel werk? Het werd gedaan voor de veiligheid van Nederland. Want als er minder water is, is de kans op overstromingen natuurlijk ook kleiner. Daarnaast wilde de regering meer landbouwgrond creƫren en land waar mensen konden wonen.

Flevoland

Flevoland is de jongste provincie van Nederland. Vroeger vond je op de plek van Flevoland de Zuiderzee. En de eilandjes Wieringen, Marken, Schokland en Urk. Flevoland is ontstaan door inpoldering van de Zuiderzee. Dat betekent dat er dijken omheen werden gebouwd en polders in werden gemaakt. Dit was een gigantische klus, waar ze bijna 70 jaar mee bezig zijn geweest! Dit project heette de Zuiderzeewerken. In 1986 was Flevoland officieel klaar.