Rivieren

Werkstukken en spreekbeurten

Rivieren worden gebruikt voor verschillende dingen. Een rivier is dan wel niet zo zout als de zee, maar kun jij je voorstellen dat je eruit drinkt?

Ontstaan van rivieren

Rivieren zijn grote waterlinten die door gleuven in het land stromen. Er zijn er een heleboel. Met het water dat door alle rivieren op de aarde stroomt, zou je al het land met een laagje water van dertig centimeter kunnen bedekken. Rivieren kunnen op verschillende manieren ontstaan. Regenwater dat in de grond terecht is gekomen, komt soms weer naar boven. Het vormt dan een bron of een stroompje. Dit kan uitgroeien tot een brede rivier. Een moeras of een meer kan zo vol raken met regenwater dat er een rivier uit ontstaat. Rivieren kunnen ook ontstaan uit gletsjers. Als sneeuw hoog in de bergen op elkaar geperst wordt tot ijs, krijg je een gletsjer. Als het onderste deel van de gletsjer begint te smelten, kan dit het begin van een rivier zijn.

Meanders en de monding van een rivier

Rivieren stromen altijd van boven naar beneden. Onderweg kunnen er zijrivieren ontstaan. Soms stroomt het water heel snel door een waterval of een stroomversnelling. Als een rivier in een vlakker gebied terechtkomt, begint hij bochten te maken. Deze bochten heten meanders. Uiteindelijk komt de rivier terecht in zee, in een meer of in een grotere rivier. Dit punt noemen we de monding van de rivier. De rivier neemt onderweg modder en stenen mee. Hierdoor ontstaat nieuw land aan de monding van de rivier. Dit heet de rivierdelta.

Drinkwater, elektriciteit en transport

Door dammen in rivieren te maken, ontstaan stuwmeren. Hierin wordt water bewaard. Uit dit water kan drinkwater gemaakt worden. Boeren kunnen het ook gebruiken om het land mee te besproeien. Met water uit stuwmeren kun je elektriciteit opwekken met grote waterraderen. Dit noem je hydro-elektriciteit. Schepen vervoeren veel goederen over rivieren. Transport over het water is goedkoper dan over de weg.