Schelpen

Werkstukken en spreekbeurten

Schelpen zijn er in vele soorten en maten. Soms hebben ze gekke namen, wat dacht je bijvoorbeeld van een scheermesje?

Wat is een schelp eigenlijk?

Een schelp is het huisje van een dier. Als je een schelp vindt en er zit geen diertje meer in, dan betekent dat dat het diertje niet meer leeft. Een schelp is gemaakt van kalk. De dieren die een huisje van kalk hebben, noemen we weekdieren. Ze heten zo omdat ze week zijn. Dat betekent zacht. Weekdieren hebben geen botten. De schelp beschermt ze. Ook de slak uit je tuin is een weekdier. Het huisje van een slak is dus ook een schelp.

Scheermesjes?

Schelpen zijn er in alle soorten in maten. Als je op het strand loopt, vind je er kleine en grote schelpen, witte en gekleurde schelpen, schelpen met ribbels en gladde schelpen. En ken je de schelpen die we scheermessen noemen? Die schelpen zijn dun en langwerpig en lijken daarom een beetje op een ouderwets scheermes. Pas maar op als je ze opraapt, want je kunt je eraan bezeren omdat ze scherpe randjes hebben.

Jaarringen

Wist je dat schelpen net als bomen jaarringen hebben? Een schelpdier maakt van kalk een steeds groter huisje. In de winter groeit de schelp minder snel dan in de zomer. Daardoor ontstaan er smalle en breden ringen, de jaarringen.

Twee helften

Vaak bestaan schelpen uit twee helften. Die helften heten de kleppen. De kleppen zitten aan elkaar vast met een slotband. Dat is een sluitspier om de schelp mee open en dicht te doen. Zo'n spier is heel sterk. Als het weekdier nog leeft, krijg je de kleppen bijna niet met je handen open. Probeer maar eens bij een mossel.