Wind

Werkstukken en spreekbeurten

Surfers houden van de wind. Hoe harder het waait, hoe harder zij over het water sjezen met hun surfplank. Hoe kan het eigenlijk dat het waait op aarde?

Lucht in beweging

Om de aarde zit een laag met lucht: de atmosfeer. De aarde trekt die luchtlaag aan door de zwaartekracht. Mensen, dieren en planten hebben die lucht nodig om te leven. De lucht beweegt door verschillen in temperatuur. De zon verwarmt de aarde en dus ook de lucht. Warme lucht is lichter en stijgt op. Hoger in de atmosfeer is het koud. De lucht koelt weer af, wordt zwaarder en stroomt naar beneden. Omdat de aarde draait, komt de lucht ergens anders terecht dan waar hij opsteeg. Deze bewegende lucht noemen we wind.

Luchtdruk

Als verwarmde lucht opstijgt, is er op die plaats minder lucht. Er ontstaat een gebied met lage luchtdruk. Op een andere plaats, waar het kouder is en de lucht niet opstijgt, is meer lucht. Dit is een gebied met hoge luchtdruk. De lucht stroomt altijd van een gebied met hoge luchtdruk naar een gebied met lage luchtdruk. Dit voelen wij als wind. De wind waait net zolang tot de luchtdruk overal hetzelfde is. Maar dat duurt nooit lang, want op aarde zijn er altijd plekken met verschillende temperaturen.

Windkracht

Hoe hard de wind waait, hangt onder andere af van de afstand tussen de beide drukgebieden: hoe kleiner de afstand, hoe harder de wind. Het verschil in luchtdruk is ook belangrijk: hoe groter het verschil, hoe harder de wind. Verder remmen bossen en gebouwen de wind veel meer af dan de zee. Zeewind is dus vaak een hardere wind. Hoe hard de wind waait, wordt gemeten in windkracht op de schaal van Beaufort. Windkracht 2 is een briesje, windkracht 9 een storm en windkracht 12 een orkaan. Wind zal altijd blijven waaien en daarom wordt de windkracht steeds vaker gebruikt om energie op te wekken.