Bloedsomloop

Werkstukken en spreekbeurten

Je hart en longen spelen een belangrijke rol bij de bloedsomloop. Ken jij je lijf en weet je wat ze precies doen?

Longen

De cellen in je lichaam hebben zuurstof nodig om te kunnen leven. Als je inademt, gaat er door je neus en je luchtpijp lucht naar je longen. Dit zijn grote zakken. Ze zien eruit als sponzen. Dit komt door de miljoenen longblaasjes, die de zuurstof uit de lucht opnemen. Langs de longen lopen bloedvaten. Zo komt de zuurstof in het bloed. De bloedsomloop zorgt ervoor dat de zuurstof naar alle delen van het lichaam gebracht wordt. Via het bloed komt kooldioxide (een afvalgas) terug naar de longen. Als je uitademt, gaat dit je lichaam uit.

Hart

Het hart heeft de vorm van een peer en is zo groot als een vuist. Het hart pompt het bloed rond. Het bestaat uit een linker- en een rechterhelft. Elke helft bestaat uit twee delen: de boezem en de kamer. De linkerhelft van het hart zorgt dat bloed met verse zuurstof door het lichaam gepompt wordt. De rechterhelft brengt bloed met kooldioxide naar de longen. Het hart klopt ongeveer 65 tot 90 keer per minuut. Maar als je hardgelopen hebt, klopt het sneller. Er moet dan meer zuurstof naar je spieren gebracht worden.

Bloed

Bloed wordt gemaakt in de botten, in het beenmerg. Het bloed vervoert zuurstof en voedingsstoffen door het lichaam. Het bloed haalt ook afvalstoffen uit je lichaam. De rode bloedlichaampjes vervoeren de zuurstof. De witte bloedlichaampjes bestrijden bacteriën. Bloedplaatjes zorgen ervoor dat het bloed stolt als je een wondje hebt. Het vormt dan een korstje. De bloedplaatjes en bloedlichaampjes drijven in een vloeistof, die plasma heet. Een volwassene heeft ongeveer 5 tot 6 liter bloed in zijn lichaam. Het stroomt door een buizenstelsel van wel 100.000 kilometer!