Voortplanting

Werkstukken en spreekbeurten

In de puberteit maakt je lichaam zich klaar voor de voortplanting. Wat verandert er allemaal?

Puberteit

De puberteit begint bij meisjes als ze ongeveer tien of elf jaar oud zijn. Bij jongens begint het een paar jaar later. Het lichaam maakt bepaalde stoffen aan. Die stoffen noem je hormonen. Hierdoor beginnen pubers flink te groeien. Bij meisjes beginnen de borsten te groeien en de heupen worden breder. Ze krijgen schaamhaar en worden voor het eerst ongesteld. Ook jongens krijgen schaamhaar. Hun lichaam gaat zaadcellen aanmaken. Ze worden langer en breder en hun stem wordt lager. Pubers willen onafhankelijk worden en luisteren minder naar hun ouders. Ook zijn ze vaak onzeker over hoe anderen over hen denken. Hierdoor zijn ze soms somber en verward.

Eicel en zaadcel

In het lichaam van een meisje zijn al vanaf de geboorte miljoenen eicellen aanwezig. Iedere maand rijpt er een eicel en komt die via de eileider in de baarmoeder terecht. Het lichaam van een jongen maakt vanaf de puberteit steeds nieuwe zaadcellen aan. Bij het vrijen komt het zaad via de penis in de vagina van het meisje. De zaadcellen 'zwemmen' dan zo snel mogelijk naar de eicel in de eileider. Het zaadje dat er als eerste is, smelt samen met de eicel. De eicel nestelt zich in de baarmoederwand. Als de eicel niet bevrucht wordt, wordt het meisje ongesteld.

Zwangerschap en geboorte

De bevruchte eicel deelt zichzelf in miljoenen cellen. Hieruit ontstaan langzaam alle onderdelen van een mens. Na ongeveer twaalf weken is de baby al helemaal compleet. Je noemt de baby dan foetus (spreek uit: feutus). De baby groeit in de baarmoeder en krijgt zijn voedsel via de moederkoek. Om hem heen zit vruchtwater dat hem beschermt. Als hij groter wordt, kan de moeder hem voelen bewegen. Een zwangerschap duurt ongeveer veertig weken. De laatste weken ligt de foetus met het hoofdje naar beneden. Als de baby geboren wordt, trekt de baarmoeder samen. Dit zijn wee├źn. De baby wordt hierdoor via de vagina naar buiten geduwd.