Verkeer

Werkstukken en spreekbeurten

In groep 7 en 8 doen de meeste kinderen verkeersexamen, nadat ze veel geoefend hebben. Dat is maar goed ook, want het verkeer wordt steeds drukker. En al die verkeersborden: weet jij wat ze betekenen?

Verkeersborden en verkeerstekens

Langs de weg staan op veel plaatsen verkeersborden. Ze vertellen je wat wel en niet mag in het verkeer. Aan de vorm en de kleur kun je zien wat een bord betekent. Een rond bord met een rode rand betekent dat iets niet mag. Een driehoekig bord betekent gevaar. Een blauw rond bord geeft aan dat iets moet. Bijvoorbeeld het bord voor verplicht fietspad. Op de weg staan vaak strepen en pijlen die je vertellen waar je moet rijden. Dit zijn verkeerstekens.

Voorrang

Als je links- of rechtsaf wilt, moet je iemand die rechtdoor gaat op dezelfde weg voor laten gaan. Ook voetgangers die rechtdoor gaan, mogen eerst. Bij kruispunten mag de auto of fietser die van rechts komt eerst doorrijden. Dit geldt niet bij alle kruispunten. Zie je een driehoekig bord met een rode rand en haaientanden op de weg waar jij fietst, dan moet je ook het verkeer van links voor laten gaan. Als langs jouw weg een ruitvormig bord met oranje in het midden staat, heb jij voorrang op al het verkeer. Je rijdt dan op een voorrangsweg.