Bomen

Werkstukken en spreekbeurten

Sequoia's zijn de hoogste bomen ter wereld. Wist je dat ze meer dan 100 meter hoog kunnen worden? Dat is hoger dan een kerktoren!

Een reuzenplant

Een boom is eigenlijk een grote plant. Hij heeft wortels, een stengel (zijn stam), bladeren en bloemen. Er zijn drie soorten bomen:

  1. Loofbomen: Deze bomen hebben bladeren, die in de herfst verdrogen, verkleuren en afvallen. De wintertemperatuur is te koud voor de loofbladeren.
  2. Naaldbomen: Deze bomen hebben harde, ronde bladeren, die goed tegen kou kunnen. Deze bladeren, de naalden, blijven 's winters aan de boom. 
  3. Palmbomen: Deze bomen groeien in warmere streken. Ze hebben een stam met bovenaan enorm grote bladeren.

Fotosynthese

De boom maakt zijn eigen voedsel, net als alle planten. In zijn bladeren of naalden zitten bladgroenkorrels die zonlicht opnemen. Bladeren halen door huidmondjes koolzuurgas uit de lucht. De wortels halen water uit de grond en dat gaat door de houtvaten naar de bladeren. Van het zonlicht, het koolzuurgas en het water maken de bladeren suikers. Dit heet fotosynthese. De suikers zijn het boomvoedsel. Dit wordt door de sapvaten naar de groeiring in de stam gebracht. Hier worden nieuwe boomcellen gemaakt. Elk jaar wordt een gezonde boom een beetje dikker.

Onmisbaar

Bij het maken van het boomvoedsel ontstaat per ongeluk ook zuurstof. Voor de boom is dit een afvalproduct, dat hij afgeeft aan de lucht. Maar door die zuurstof kunnen mensen en dieren blijven ademhalen! Een ander voordeel voor ons is dat bomen met hun wortels de aarde vasthouden. Als het regent, spoelt de aarde niet zomaar weg. Daardoor is er genoeg aarde om eetbare planten te laten groeien. Daarnaast gebruiken we het hout van bomen voor allerlei dingen. We maken er huizen, boten, papier, meubels, schuttingen, vuurtjes en nog veel meer van. Dieren vinden een schuilplaats en voedsel onder, tussen en in de bomen.