Roofdieren

Werkstukken en spreekbeurten

Roofdieren voeden zich door andere dieren te eten. Maar wist je dat er één roofdier bestaat dat geen vlees eet?

Soorten roofdieren

Er bestaan wel 250 soorten roofdieren. En heel veel ondersoorten, zo zijn er bijvoorbeeld verschillende soorten beren. Sommige roofdieren leven in Nederland alleen in dierentuinen, zoals leeuwen en tijgers. Andere roofdieren leven in Nederland wel in het wild, zoals de vos en de das. Veel roofdieren hebben een dikke, zachte vacht waarmee je lekker kunt knuffelen. Zo lijkt het tenminste. Denk maar aan een ijsbeer. Maar pas op! Een roofdier is levensgevaarlijk. Roofdieren zijn snel en sterk. Als allergevaarlijkste roofdieren ter wereld worden vaak ijsberen, leeuwen, tijgers, witte haaien en zoutwaterkrokodillen genoemd.

Voedsel

Roofdieren zijn meestal alleen vleeseters. Soms zijn het alleseters. Dat betekent dat ze ook plantaardig voedsel eten. Katachtigen zijn echte vleeseters. Beerachtigen zijn alleseters. Er bestaat zelfs één roofdier dat helemaal geen vlees eet: de reuzenpanda. Roofdieren die alleen maar vlees eten, hebben sterke kaken. Ook hebben ze grote hoektanden en sterke scheurkiezen. Zo kunnen ze het vlees makkelijk van hun prooi afscheuren. Ze moeten heel hard hun best doen om aan een prooi te komen, maar kunnen er lang mee doen. Er zitten een heleboel voedingsstoffen in het vlees.

Voedselketen

Roofdieren worden zelf ook weer opgegeten door nog sterkere of slimmere roofdieren. Dit noemen we de voedselketen. Bijvoorbeeld zeehonden eten vissen en haaien eten zeehonden. Veel roofdieren zijn niet alleen gevaarlijk voor dieren die op hun menu staan, maar ook voor mensen. Bijvoorbeeld een leeuw of een ijsbeer kan gemakkelijk een mens doden. Het is dus wel zo slim om bij roofdieren – hoe ongevaarlijk ze er soms ook uitzien – uit de buurt te blijven.