Slangen

Werkstukken en spreekbeurten

Slangen staan bekend als enge, gevaarlijke dieren. Voor sommige soorten is dit waar, maar er zijn ook ongevaarlijke slangen. Wist je dat slangen ook als huisdier gehouden worden?

Kleine en grote slangen

Slangen zijn reptielen. Ze zijn familie van de hagedis, maar hebben geen pootjes en glijden over de grond. Ze hebben een schubbenhuid. Er zijn heel veel soorten slangen. Slangen zo klein dat ze op wormen lijken. En slangen zo groot dat ze zelfs een mens kunnen verslinden! Bijvoorbeeld de anaconda. Hij leeft in moerasgebieden in Zuid-Amerika en Florida.

Gifslangen en wurgslangen

Gifslangen hebben giftanden. Zij verlammen of doden hun prooi met gif. Prooien zijn bijvoorbeeld knaagdieren en vogels. Sommige gifslangen zijn gevaarlijk voor mensen. Je kunt erg ziek worden of zelfs doodgaan van het gif. Maar zulke giftige slangen leven er in Nederland niet. Voorbeelden van gifslangen zijn mamba’s, cobra’s en koraalslangen. Wurgslangen kunnen ook bijten, maar zijn niet giftig. Zij verstikken hun prooi. Grote slangen kunnen heel grote prooien wurgen, zoals apen en antilopes. Slangen kunnen niet kauwen en slikken de prooi helemaal door! Voorbeelden van wurgslangen zijn pythons, boa’s en anaconda’s. 

Slangen als huisdier

Over de hele wereld leven ongeveer 3000 soorten slangen. De meeste zijn niet geschikt om als huisdier te houden. Een slang kan wel tam worden, maar je moet altijd oppassen want het blijft een wild dier. Ook een tamme slang kan je bijten en een wurgslang kan zich om je nek klemmen. Dat is nou eenmaal de aard van het beest. Een slang heeft ook heel andere verzorging nodig dan een konijn of een goudvis. Zie jij het zitten om hem bijvoorbeeld babymuisjes of levende muizen te voeren?