Tachtigjarige Oorlog

Werkstukken en spreekbeurten

Wie waren Filips II en hertog Alva? Ontdek wat er voorafging aan de Tachtigjarige Oorlog.

Het begin van de ruzie

In de zestiende eeuw was Filips II de baas van de Nederlanden. De Nederlanden waren allemaal losse gebieden. Niet alleen in Nederland, maar ook in Frankrijk, België en Luxemburg. Filips II was ook koning van Spanje. Spanje voerde veel oorlogen. Filips II wilde dat de mensen uit de Nederlanden daaraan meebetaalden. Dat wilden ze niet. Zo ontstond er ruzie. En dat werd alleen maar erger. Filips II was rooms-katholiek. Hij wilde dat iedereen dat was. Maar in de Nederlanden waren veel mensen protestants. Filips II noemde hen ketters. 

Beeldenstorm

De protestanten waren boos dat zij geen eigen kerken mochten hebben. Ze vernielden de heilige beelden in rooms-katholieke kerken, zodat zij daar hun kerkdiensten konden houden. Dit heet de Beeldenstorm. Filips II werd erg boos. Hij stuurde de Spaanse hertog Alva naar de Nederlanden om de protestanten te bestraffen. Die richtte de Raad van Beroerten op. In vijf jaar tijd kregen ruim duizend mensen de doodstraf.

Opstand

Willem van Oranje was de baas van de Nederlandse gewesten (een soort provincies). Hij was het niet eens met Filips II en organiseerde een opstand. Hij verkocht zijn landgoederen en bezittingen om van het geld soldaten te kunnen inhuren. Zij moesten tegen het Spaanse leger vechten. Alva had een groter leger. Maar Willem van Oranje wist dat de protestantse bevolking wel mee zou helpen vechten, omdat zij een hekel hadden aan Alva. Samen met opstandelingen, die de (water)geuzen worden genoemd, wilden zij de Spanjaarden verdrijven. De oorlog begon met de Slag bij Heiligerlee in 1568. De oorlog zou tachtig jaar duren. Hij eindigde in 1648 toen Spanje en de Republiek der Nederlanden vrede sloten in Münster.