Watersnoodramp

Werkstukken en spreekbeurten

In 1953 kwam een groot deel van Zuidwest-Nederland onder water te staan. Hoe kon dat gebeuren?

Strijd tegen het water

Nederland ligt voor meer dan de helft onder de zeespiegel. Het zuidwesten van Nederland vecht al duizenden jaren tegen het water. Telkens weer overstroomde het land. Het land veranderde daardoor steeds van vorm. In 300 na Christus was er een grote overstroming in Zeeland. De Romeinen die er toen woonden, vluchtten weg. Vanaf de elfde eeuw werden er dijken gebouwd. Toch waren er nog vaak grote overstromingen. In 1682 was er een stormvloed die veel op de watersnoodramp van 1953 leek. Twee dorpen verdwenen helemaal. De dijken werden hoger gemaakt na een overstroming in 1906. Nog wat later werd er een plan bedacht om de zeearmen af te sluiten.

Februari 1953

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 ging het weer mis. Er stond een zware noordwesterstorm. Bovendien was het springtij. Dat betekent dat de vloed hoger was dan normaal. Grote delen van Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland overstroomden. Mensen vluchtten naar de daken van hun huizen. Het duurde wel een dag voordat duidelijk werd hoe erg het was. Uit heel Nederland en ook uit andere landen kwamen soldaten met boten en helikopters om de mensen te redden. Er verdronken 1835 mensen en heel veel dieren. Meer dan 70.000 mensen waren hun huis kwijt en akkers waren verwoest.

Deltaplan

De gaten in de dijken werden zo snel mogelijk dichtgemaakt. Maar er moest meer gebeuren. Het plan om de zeearmen af te sluiten, moest nu uitgevoerd worden. Het plan werd Deltaplan genoemd en de dammen die gebouwd werden de Deltawerken. De veiligheid van de mensen was het belangrijkst. De plannen waren soms niet zo goed voor de natuur. Veel mensen waren ertegen dat de zeearmen helemaal afgesloten werden. Daarom kwamen er ook dammen die open en dicht konden. De grootste is de Stormvloedkering in de Oosterschelde. Men deed er veertig jaar over om alle dammen te bouwen.