Judo

Werkstukken en spreekbeurten

Judo is een Japanse sport. Door wie is deze sport bedacht?

Ontstaan

Judo is rond 1880 ontstaan in Japan. Daar woonde Jigoro Kano. Hij werd als kind veel gepest. Hij besloot daar iets aan te doen. Toen hij zestien jaar was, ging hij naar een school voor jiujitsu, een zelfverdedigingssport. Deze sport vond Jigoro veel te hard. Hij bedacht een nieuwe stijl en technieken en noemde dit judo. Judo betekent 'het zachte pad'. Het is de bedoeling om je tegenstander op de goede manier te laten vallen, zonder iemand te blesseren of verwonden. Jigoro opende een judoschool en had al snel veel leerlingen, die vervolgens ook leraar werden in judo. Jigoro en zijn leraren gaven demonstraties in Japan en later ook in de hele wereld. In 1938 stierf Jigoro Kano aan een longontsteking.

Dojo

De plaats waar judo beoefend wordt, heet de dojo (spreek uit: doodzjoo). In de dojo is het tijdens de les stil. Er wordt alleen gepraat door de leraar, de sensei. Iemand die aan judo doet, heet een judoka. Als iemand de dojo binnenkomt of verlaat, moet hij altijd groeten. Je mag de dojo alleen verlaten met toestemming van de sensei. Als hij binnenkomt moet iedereen in de dojo met het gezicht naar hem gericht groeten. Deze regels verschillen per school.

Ippon

Judoka’s proberen door een worp of een controletechniek op de grond punten te scoren. Je scoort een ippon als je je tegenstander met een groot gedeelte van de rug op de mat werpt. Ook scoor je een ippon als je de tegenstander 25 seconden lang in een houdgreep houdt. Als laatste kun je ook een ippon scoren als de tegenstander het opgeeft. Behalve punten kan een scheidsrechter ook strafpunten geven. Dit kan als een judoka zich misdraagt of een overtreding begaat.