Skaten en skateboarden

Werkstukken en spreekbeurten

Onder skaten vallen verschillende sporten. Ook rolschaatsen. Wist je wie de eerste rolschaats maakte? Een Nederlander!

Bij skateboarden beweeg je op een plank met wieltjes eronder. Rolschaatsen, skaten en skeeleren doe je op schoenen met wieltjes eronder. Al rond 1700 werd de eerste rolschaats gemaakt door een Nederlander. Hij wilde ook in de zomer kunnen schaatsen. De eerste rolschaats was een houten plankje met wieltjes eronder.

Rolschaatsen

In de negentiende eeuw ging het grote publiek pas rolschaatsen. Er kwamen ook rolschaatsbanen. De rolschaats kennen we nu als een schoen met vier wieltjes eronder. Twee voor en twee achter. Vaak zit er op de neus een rem. De rolschaats is heel geschikt voor kunstrijden. Net als bij kunstschaatsen kun je er mooie figuren mee rijden. Pirouettes bijvoorbeeld.

Inline-skates en skeelers

Inline-skate en skeelers zijn schaatsen met een rij wieltjes in plaats van een ijzer. Deze vernieuwing kwam van een Belg die het al in de 19e eeuw bedacht. Rond 1980 werden deze opnieuw populair. IJshockeyers en schaatsers gebruikten ze om ’s zomers te kunnen trainen. Er zijn ook skaters die stunts doen op hun skates.

Skateboarden

In 1950 bedachten Amerikaanse surfers in Californië het skateboarden. Ze noemden het stoepsurfen. Want het was een manier om te surfen zonder water. Handig voor als er geen goeie golven zijn. Met een skateboard kun je je voortbewegen door te steppen. Je kunt ook veel trucs doen zoals de ollie en de kickflip. Skateboarders doen ook vaak trucs in een half pipe. Dat is begonnen in een droge zomer, toen de zwembaden van Californië droog stonden. De skaters probeerden hun eerste stunts uit in zulke leegstaande zwembaden (pool). Een skatebaan met opstaande randen rondom heet nog steeds een pool.