Zwemmen

Werkstukken en spreekbeurten

Zwemmen is een populaire sport. Mensen zwemmen voor hun plezier, maar er zijn ook wedstrijdzwemmers. Welke zwemslagen ken jij?

Geschiedenis

Vijfduizend jaar geleden werden er in Griekenland al zwemwedstrijden gehouden. En Romeinse soldaten zwommen als training de rivier over met hun uitrusting (wapens en andere spullen) op hun rug. De eerste zwemclub ontstond in Japan aan het eind van de zestiende eeuw. Het eerste wedstrijdzwembad in Europa werd in 1828 in Engeland gebouwd. Tijdens de eerste moderne Olympische Spelen werd voor het eerst een wedstrijd tussen verschillende landen gehouden. Dit was in Athene in 1896. Pas in 1924 werden de Olympische zwemwedstrijden in een zwembad gehouden. Daarvóór gebeurde dat in zee!

Wedstrijdbad

Zwemwedstrijden worden gehouden in een wedstrijdbad. Het wedstrijdbad is meestal 25 meter lang. Het bad wordt door drijvende lijnen in banen verdeeld. Hierdoor botsen de zwemmers niet tegen elkaar aan. Ook zijn er startblokken en tijdwaarneming. Daarmee kan de tijd van iedere zwemmer nauwkeurig gemeten worden. Elke baan heeft een speciaal paneel aan het einde. Dat is een soort bord. Als de zwemmer dit aanraakt, stopt de klok. Zijn tijd verschijnt dan op een groot scherm.

Zwemslagen

Er zijn verschillende soorten zwemslagen. De eerste die je leert is de schoolslag. Deze is gemakkelijk, omdat je met je hoofd boven water zwemt. De borstcrawl is de snelste en de meest gebruikte slag. Bij de rugslag kijk je naar het plafond of de lucht. Bij de borstcrawl en de rugslag bewegen je armen om beurten. Je benen trappelen op en neer. Bij de vlinderslag moeten je voeten en benen tegen elkaar aan blijven. Je heupen gaan omhoog en omlaag. Deze golvende beweging loopt door tot in je voeten.