Dijken

Werkstukken en spreekbeurten

Een dijk is een ophoging die is gemaakt om een land of een gedeelte ervan tegen water te beschermen. Wist je dat Nederlanders goede dijkenbouwers zijn?

Dijkenbouwers

Nederlanders hebben verstand van dijken bouwen. In ons land zijn er duizenden kilometers dijken. Dat is nodig, omdat een groot deel van ons land onder de zeespiegel ligt. Dat betekent: lager dan de zee. De dijken zijn van verschillende materialen gebouwd om ze extra sterk te maken. De binnenkant van een dijk is van zand. Daarbovenop ligt klei. Daar groeit weer gras op. Om ze extra te beschermen zijn de dijken bekleed met zware stenen of asfalt.

Overstromingen

In 1993 en 1995 waren er veel overstromingen in Nederland. De dijken langs de rivieren zijn toen versterkt en opgehoogd. Toch bestaat er nog steeds een kans op overstromingen. Dit komt doordat de zeespiegel stijgt door de opwarming van de aarde. Ook is het weer door de opwarming van de aarde extremer dan vroeger. Er kunnen bijvoorbeeld hele zware buien vallen. Als gevolg van die buien ontstaan er soms overstromingen. Bovendien daalt de Nederlandse bodem. In 2050 kan de bodem wel 60 centimeter gedaald zijn ten opzichte van nu. Hierdoor komt ons land steeds lager dan de zee te liggen, waardoor er meer kans is op overstromingen.

Soorten dijken

Er zijn verschillende soorten dijken. Ze verschillen in hoogte en breedte. Hoe hoog en breed een dijk moet zijn, hangt af van de plaats van de dijk. Er zijn dijken die het water van de zee en de grote rivieren tegenhouden. Dat zijn primaire dijken. Maar er zijn ook dijken langs kanalen, polders en meren. Die heten secundaire dijken. Langs grote rivieren liggen zomerdijken. In de winter staat het water vaak zo hoog dat het over de zomerdijken heen gaat. Daarom zijn er verderop de hogere winterdijken gemaakt. Het land tussen deze dijken in noemen we de uiterwaarden. In de zomer kunnen de boeren daar hun vee laten grazen.