Telefoon

Werkstukken en spreekbeurten

De uitvinding van de telefoon heeft veel veranderd. Mensen kunnen nu veel gemakkelijker met elkaar praten. Als je met iemand een afspraak wilt maken via een brief duurt het dagen voor je antwoord krijgt. Via de telefoon heb je meteen duidelijkheid. Je kunt je toch geen leven meer zonder telefoon voorstellen?

De eerste telefoons

Op 10 maart 1876 voerde Alexander Graham Bell het eerste telefoongesprek met zijn assistent Thomas Watson. De eerste telefoon was van hout. Hij bestond uit een houten staaf die eruitzag als een microfoon. In Nederland was de Amsterdamse dierentuin Artis de eerste telefoonabonnee. Dat was in 1881. Het telefoonnummer was 1. Je kon in die tijd niet rechtstreeks naar je oma bellen. Eerst moest je de telefoniste bellen in de centrale. Zij verbond je dan door.

Werking van de telefoon

De moderne telefoon werkt nog net zo als die van Bell. Het geluid is wel verbeterd. Onder in de telefoon zit een microfoontje en bovenin een luidspreker. Als je praat, worden de trillingen van het geluid omgezet in elektrische stroompjes. Via het telefoonnet, dat meestal bestaat uit glasvezelkabels, gaat het geluid naar de telefoon van de ontvanger. Het luidsprekertje zet de elektrische stroompjes weer om in geluidstrillingen. De persoon aan de andere kant van de lijn hoort die dan weer als geluid.

Mobiele telefonie

Mobiele telefoons werken door radiosignalen. Trillingen van de lucht brengen het geluid over. Om de signalen door te sturen en te ontvangen, zijn er over de hele wereld netwerken opgebouwd van radiostations en hele grote antennes. De simkaart maakt jouw mobieltje uniek. Die zorgt ervoor dat je alleen berichten ontvangt die voor jou bestemd zijn. Berichten van een mobiele telefoon worden digitaal verstuurd. In nullen en enen, net als bij de computer. Hierdoor kun je ook tekstberichten, sms'jes, versturen en ontvangen.