Televisie

Werkstukken en spreekbeurten

Toen je opa en oma klein waren, hadden ze vast geen tv. Kun jij je nog voorstellen dat er helemaal geen tv is? Wat zou je dan allemaal doen in je vrije tijd? En hoe zou je allerlei nieuwtjes te weten komen?

Ver zien

Tv is de afkorting van televisie. Dit woord betekent letterlijk 'ver zien' (tele = ver, visie = zien). Met de televisie kun je dus zien wat er ver weg gebeurt. Op het journaal zie je meteen wat ergens anders op de wereld gebeurt. Maar ook een leuke film of serie is ergens anders gemaakt. Toch kun je die gewoon thuis voor de buis bekijken.

Geschiedenis

De Poolse student Paul Nipkow was de eerste die probeerde televisie te maken. Dit was in 1884. Hij bedacht een schijf die snel ronddraaide en zo bewegende beelden kon verplaatsen. Je zag nog niet veel, maar het was een begin. Later werd er geluid aan de beelden toegevoegd. Er werden toen al uitzendingen gemaakt, maar nog niemand had een tv-toestel thuis. In Nederland was pas in 1951 de eerste echte uitzending op tv. Nog maar weinig mensen hadden een televisie in huis. Mensen keken vaak samen bij iemand in de straat die er wel één had. Het beeld was toen nog zwart-wit. Pas in 1968 kwam de kleurentelevisie.

Een televisieprogramma maken

Voor een kort stukje op televisie zijn een heleboel mensen een hele dag aan het werk. Bijvoorbeeld voor een onderwerp in het Jeugdjournaal. De regisseur bepaalt wat er uitgezonden gaat worden. Hij geeft aanwijzingen aan de andere medewerkers. De presentator vertelt wat er is gebeurd en interviewt mensen die veel over het onderwerp weten. De cameraman filmt alles en de geluidsman zorgt voor een goed geluid. Bij de opnames lukt het vaak niet om alles in één keer goed te doen. Dan moet het weer opnieuw. Zo kan het vaak uren duren voordat alles goed op de band staat. Uiteindelijk moet de regisseur bepalen welke beelden gebruikt gaan worden. Dan plakt de editor die beelden aan elkaar, dit heet monteren. Zo is er soms een hele dag gewerkt aan een filmpje van vijf minuten!