Treinen

Werkstukken en spreekbeurten

De eerste treinen waren grote stoommachines op wielen. Nu zijn treinen minder luidruchtig en glijden ze rustig door het landschap. Er bestaan zelfs een paar treinen die een stukje boven de rails zweven! Dat klinkt magisch, hè?

Geschiedenis

In 1804 werd de eerste stoomlocomotief gebouwd, die op een rails kon rijden. Daarvoor waren er al koetsen die op stoom reden. In 1825 werd in Engeland de eerste spoorlijn voor het vervoer van passagiers geopend. De trein reed zo'n 30 kilometer per uur, dat is ongeveer even snel als dat een scooter nu op het fietspad rijdt. De mensen vonden dat toen wel erg hard gaan en sommige dachten dat je bij zo'n hoge snelheid niet meer zou kunnen ademen. Toch begon de trein halverwege de negentiende eeuw al gewoon te worden. Halverwege de vorige eeuw gingen treinen rijden op diesel of elektriciteit.

Techniek

Een trein bestaat uit een locomotief met een aantal treinstellen. De locomotief trekt meestal de trein. Er zijn ook locomotieven die de trein duwen. In het voorste treinstel zit dan een stuurstand, een stuur op afstand. Daarvandaan loopt een kabel naar de locomotief, waardoor de machinist de trein kan besturen. Een moderne trein rijdt meestal op stroom. Hij rijdt 130 tot 200 kilometer per uur.  

Hogesnelheidstrein

Rond 1965 werden de eerste treinen gebouwd die ongeveer 200 tot 300 kilometer per uur kunnen rijden: hogesnelheidstreinen. Die kunnen rijden op een gewone spoorbaan, maar de hoge snelheden kunnen ze alleen halen op een speciale hogesnelheidslijn. De snelste is de Duitse Intercity Express (ICE). De Franse TGV is ook erg bekend. In Duitsland en Japan is men bezig een magneetzweeftrein te ontwikkelen. Zo'n trein zweeft boven de rails en kan wel 500 kilometer per uur. Er zijn momenteel drie van dat soort lijnen in gebruik, maar in de toekomst komen er vast meer van deze razendsnelle treinen!