Vuur

Werkstukken en spreekbeurten

Vuur kan nuttig en leuk zijn, maar ook gevaarlijk. Wat heb je nodig om vuur te maken? En hoe maak je het uit?

Vuurdriehoek

Om vuur te maken, heb je zuurstof, brandstof en warmte nodig. Deze drie dingen worden samen ook wel de vuurdriehoek genoemd. Zuurstof zit in de lucht. Voorbeelden van brandstoffen zijn hout, gas en benzine. En hitte kun je op verschillende manieren krijgen, bijvoorbeeld door wrijving of bliksem. Als een van deze drie elementen mist, kan er geen vuur ontstaan. Als je vuur uit wilt maken, kun je dat op drie manieren doen:

  1. Door het af te koelen.
  2. Door ervoor te zorgen dat er geen zuurstof bij kan.
  3. Door de brandstof weg te nemen (bijvoorbeeld het gasfornuis uitdraaien).

Gebruik van vuur

Duizenden jaren geleden maakten mensen vuur door hout heel snel tegen elkaar te wrijven. Hierdoor ontstaat wrijvingswarmte. Of met vuurstenen: met de gloeiende vonken die ervan afspringen als je er hard mee tegen iets slaat, kun je vuur maken. Mensen gebruikten vuur om eten te koken en zichzelf warm te houden. Ze ontdekten dat klei heel sterk wordt als je het bakt in vuur. Op die manier konden ze potten van aardewerk maken en bakstenen. Ook ontdekten ze dat je metaal kunt smelten en buigen als je het in het vuur houdt. Zo maakten ze metalen gereedschap. Ook nu wordt vuur nog veel gebruikt.

Brand

Je moet altijd voorzichtig zijn met vuur. Omdat het zo heet is, kun je je er lelijk aan bezeren. Bovendien kan een klein vuurtje een grote brand worden. Een kaars in huis kan al een woningbrand veroorzaken. En een smeulende sigaret kan tot een grote bosbrand leiden.